| Antonius en Cleopatra
anthony and cleopatra vertaling Jan Jonk | |
|---|---|
|
Eerste bedrijf Eerste toneel - Alexandrië. Een kamer in het paleis van Cleopatra Demetrius op, en Philo | |
| Philo | Maar die verliefdheid van onze generaal
gaat echt te ver: die ogen van hem, die ooit als een Mars in harnas vol vuur het oorlogsheir monsterden, dwalen weg nu en rusten gedienstig en toegewijd op een gebruind gezicht: zijn leidershart, dat ooit in felle krijg de borstgespen breken deed, houdt zich nu echt niet meer in, en is blaasbalg en koeltewaaier voor de lust van een zigeunerin. Fanfare. Antonius op, Cleopatra, haar Dames, het gevolg, met eunuchen die haar koelte toewaaien. Daar zijn ze: let eens goed op, en zie hoe een der drie pijlers van de wereld verworden is tot nar van een hoer: kijk maar goed en zie. |
| Cleopatra | Als het echte liefde is, zeg mij hoeveel. |
| Antonius | Hoe krenterig is min die men kan tellen. |
| Cleopatra | Ik zal een grens stellen hoe ver ik bemind wil zijn. |
| Antonius | Vind dan maar een nieuwe hemel, een nieuwe aard.
Een dienaar op |
| Dienaar | Nieuws, heer, uit Rome. |
| Antonius | Doet mij balen; kort, dan. |
| Cleopatra | Luister er toch naar, Antonius:
misschien is Fulvia boos; of wie weet, stuurt die kale kin Caesar u wellicht een grootse opdracht: ‘Doe zus, of ook zo; bezet dit koninkrijk, of bevrijd dat; doe het, of je bent dood.’ |
| Antonius | Maar liefste toch?! |
| Cleopatra | Misschien? Nou, al z’n leven:
blijf hier niet langer, van Caesar komt uw ontslag uit de dienst, dus luister, Antonius. Waar is Fulvia’s dagvaarding? Ik zei haast Caesars. Roep de bodes. Zowaar ik Egypte regeer, je bloost, Antonius, en dat bloed van jou is Caesars vazal: of je wang schaamt zich als Fulvia fulmineert. De boodschappers! |
| Antonius | Smelt in de Tiber, Rome, val neer, steenboog
van dat weidse rijk. Míjn ruimte is hier, koninkrijken zijn stof; die stinkaarde voedt beest èn mens; de adel van het leven is zó te doen: met een zo inhecht paar, zo’n innig verbonden stel, dat de wereld op straffe van vergelding, weten moet dat er geen twee zijn als wij. |
| Cleopatra | Fraaie leugens!
Wat trouwt hij Fulvia, als hij niet van haar houdt? Ik lijk de dwaas die ik niet ben; Antonius blijft zichzelf. |
| Antonius | Mits Cleopatra hem kwaad maakt.
Maar, om de liefde en haar zoet tijdverdrijf, geen uur verspild hier met spits woordenspel: laat geen seconde van ons leven gaan zonder genot. Wat zal het vanavond zijn? |
| Cleopatra | Gezanten! |
| Antonius | O, dwarsliggend koningin!
Of je nu kijft, lacht, huilt, het staat allemaal goed bij jou: iedere hartstocht slaagt erin in jou bewonderenswaard en mooi te zijn. Zonder een gezant dan jou, helemaal alleen, gaan wij vanavond stappen, om te zien hoe mensen doen. Kom dan, mijn koningin, dat wou je gisteren al. Nee, zeg ons niets.Antonius en Cleopatra af, met hun gevolg |
| Demetrius | Denkt hij met zo’n minachting over Caesar? |
| Philo | Soms, vriend, als hij niet geheel zichzelf meer is,
verloochent hij dat heel bijzonder iets dat altijd bij hem stralen moest. |
| Demetrius | Wat jammer,
dat hij de leugen van het volk bevestigt die zo van hem spreekt in Rome: maar ik hoop dat het morgen beter gaat. Een rustige nacht!Beiden af Tweede toneel - Dezelfde plaats Enobarbus op, Lamprius, een Waarzegger, Rannus, Lucillius, Charmian, Iras, Mardian de Eunuch, en Alexas. |
| Charmian | Heer Alexas, lieve Alexas, alles wat u wilt Alexas, allerallesomvattende Alexas, waar is de waarzegger die u zo aangeprezen hebt bij de koningin? O, als ik toch eens wist wie die echtgenoot is, die, volgens u, zijn hoorns met bloemen moet omhangen! |
| Alexis | Waarzegger! |
| Waarzegger | U wenst? |
| Charmian | Is dit de man? Bent u, vriend, degene die dingen weet? |
| Waarzegger | In het eindeloos geheimenboek natuur
lees ik soms wat. |
| Alexis | Laat hem uw hand zien. |
| Enobarbus | Kom maar met het nagerecht; en wijn genoeg,
om te drinken op Cleopatra. |
| Charmian | Goede vriend, geef mij geluk. |
| Waarzegger | Dat maak ik niet, maar dat voorzie ik soms. |
| Charmian | Voorzie het dan alstublieft voor mij |
| Waarzegger | U zult veel flinker worden dan u al bent. |
| Charmian | Hij bedoelt lijfelijk. |
| Iras | Met al uw blanketsel als u oud bent, ja. |
| Charmian | Geen rimpels, alstublieft.
AlexasSpot niet met zijn voorkennis, luister goed. |
| Charmian | Stil toch! |
| Waarzegger | U zult meer liefde uitstralen dan krijgen. |
| Charmian | Dan nog liever mijn lever vol met drank.
AlexasLuister nou toch naar hem. |
| Charmian | Goed dan, nu een echt goede voorspelling! Zeg dat ik op een voormiddag zal trouwen met drie koningen, en van alle drie de weduwe zal worden: zeg dat ik met vijftig nog een kind zal krijgen, dat door Herodes van de Joden hulde zal worden gebracht. Lees in mijn hand, dat ik trouwen zal met Octavius Caesar, en zie mij op dezelfde rang als mijn meesteres. |
| Waarzegger | U zult de vrouwe die u dient overleven. |
| Charmian | Mooi, lang leven liever dan vijgen, toch. |
| Waarzegger | Het heil dat u doorleefd hebt en genoten
is schoner dan wat komt. |
| Charmian | Dan zullen mijn kinderen vast van een ander zijn: zeg eens, hoeveel jongens en meisjes ga ik krijgen. |
| Waarzegger | Als iedere wens van u een schoot had
en elke wens ook vrucht droeg, een miljoen. |
| Charmian | Weg, dwaas! Het is dat je een heksenknecht bent, anders...
AlexasU denkt dat slechts uw lakens weten wat u wilt. |
| Charmian | Ja, zeg ook eens wat van Iras’ toekomst.
AlexasHij moet ons allemaal ons lot voorspellen. |
| Enobarbus | Dat van mij, en van de meesten van ons, zal vanavond zijn: dronken naar bed. |
| Iras | Hier is een palm, die, in ieder geval, kuisheid voorspelt. |
| Charmian | Net zoals de overstroming van de Nijl hongersnood voorspelt. |
| Iras | Ga spelen, wilde bedgenoot, u kunt niet waarzeggen. |
| Charmian | Nou, maar als een klamme handpalm niet op vruchtbaarheid wijst, ben ik te dom om achter mijn oor te krabben. Voorspel haar alsjeblieft een huis-tuin-en-keuken lot. |
| Waarzegger | Het lot van u beiden is gelijk. |
| Iras | Wat nou? Wat nou? Geef me eens bijzonderheden. |
| Waarzegger | Heb ik al gedaan. |
| Iras | Ben ik dan niet een klein stukje geluk beter af dan zij? |
| Charmian | En als u een klein stukje geluk beter af was dan ik, waar zou u dat dan willen? |
| Iras | Niet in de neus van mijn man. |
| Charmian | O hemel, maak onze flauwe grappen beter. Alexas, - kom, nu zijn lot, nu zijn lot! O, laat hem een vrouw trouwen die niet genoeg krijgt van lopen, lieve Isis, alstublieft, en laat haar ook aan haar eind komen, en geef hem een slecht lot, en moge er een nog erger lot volgen, tot het ergste van alle hem volgt naar zijn graf, met wel vijftig horens! Goede Isis, verhoor mijn gebed, ook al slaat u mij een bede van meer gewicht af: goede Isis, ik smeek u erom! |
| Iras | Amen, lieve godin, verhoor dit algemeen gebed! Want zo hartverscheurend als het is te zien dat een knappe man een hollewaai van een vrouw heeft, zo dodelijk verdrietig is het te zien dat een stomme gek geen horens op krijgt; daarom, geliefde Isis, doe wat hoort, en geef hem het geluk dat hij verdient. |
| Charmian | Amen!
AlexasKijk nou eens, als het in hun handen lag mij de horens op te zetten, dan zouden ze het doen, ook al moesten ze zich tot hoer maken. |
| Enobarbus | Stil, daar is Antonius.
Cleopatra op |
| Charmian | Nee, de vorstin. |
| Cleopatra | Hebben jullie mijn heer gezien. |
| Enobarbus | Nee, mevrouw. |
| Cleopatra | Is hij niet hier geweest? |
| Charmian | Echt niet, mevrouw. |
| Cleopatra | Hij wilde iets leuks; maar plotseling schoot hem
iets Romeins te binnen. Enobarbus! |
| Enobarbus | Mevrouw. |
| Cleopatra | Ga hem zoeken, en breng hem hier. Waar is Alexas?
AlexasTot uw dienst, mevrouw. Mijn heer komt eraan. |
| Cleopatra | Wij willen hem niet zien: ga met ons mee.Allen af
Antonius op, met een bode. |
| Bode | Fulvia je vrouw zocht ooit eens het gevecht. |
| Antonius | Met mijn broer Lucius? |
| Bode | Ja:
maar met de strijd voorbij, bond hen de tijd tot vrienden en hun krijgsmacht tegen Caesar, wiens overwinnen bij het eerste treffen hen uit Italië dreef. |
| Antonius | Wel, nog iets ergers? |
| Bode | Het slechte nieuws steekt wie het brengt vaak aan. |
| Antonius | Als hij het een dwaas of lafaard brengt. Ga door:
voor mij is wat gebeurd is afgedaan. Brengt men mij waarheid, ja, hoe dodelijk ook, ik hoor toe als was zij vleierij. |
| Bode | Labienus -
dit komt hard aan - heeft met zijn Parthisch leger Azië veroverd: van de Eufraat af, van Syrië trilt zijn overwinningsvaan, tot Lydië en tot Ionië: terwijl - |
| Antonius | Antonius, wou jij zeggen - |
| Bode | O, mijn heer! |
| Antonius | Geeft het mij direkt, verbloem de volksmond niet:
noem Cleopatra zoals ze in Rome heet; Ga als Fulvia tekeer, spot met mijn fouten net zo teugelloos, als waarheid en kwaad zich kunnen uiten. Wij brengen onkruid voort, als onze levensgeest rust; fouten voorhouden is ons als ploegscharen. Dan ga nu maar. |
| Bode | Zoals u wenst, heer.
Een tweede bode op |
| Antonius | Nu het nieuws uit Sicyon. Kom, meld eens wat! |
| 1e bode | Uit Sicyon, - is daar dan een bode van? |
| 2e bode | Hij wacht tot u hem laat. |
| Antonius | Haal hem maar hier.
Egyptes sterke kluisters moeten los, of gek van liefde wordt mijn dood. Nog een bode op, met een brief. Zeg het maar. 3e BodeFulvia, je vrouw is dood. |
| Antonius | Waar gestorven?
3e BodeIn Sicyon: hoe lang ze ziek was, en wat verder nog belangrijk is, staat hier.Hij geeft hem de brief |
| Antonius | Laat mij alleen.Boden af
Een grote geest is dood! Zo wou ik het: wat onze minachting vaak van ons smijt, willen we soms terug. Wat ons ooit boeit, wordt, als de tijd verloopt, vaak het tegendeel van wat het was: nu weg, is zij juist goed, de hand die haar afschoof haalt haar haast terug. Echt breken wil ik met deze betoverde vrouw, - tienduizend rampen, meer dan ik al ken, broedt mijn nietsdoen hier uit. Hé, Enobarbus! Enobarbus weer op |
| Enobarbus | Wat wenst u, heer? |
| Antonius | Ik moet hier met spoed vandaan. |
| Enobarbus | Maar dan laten we onze vrouwen dood gaan. We merken toch al, hoe ze als de dood zijn voor een verkeerd woord; als ze ons vertrek moeten beleven, blijven ze er in. |
| Antonius | Ik mòet hier weg. |
| Enobarbus | Laat de vrouwen maar sterven voor iets dat echt belangrijk is: het zou jammer zijn om ze om iets van niets van de hand te doen, hoewel… als het ging tussen hen en iets groots, dan waren zij maar iets heel kleins. Als Cleopatra hier ook maar het minste lucht van krijgt, komt ze direct om. Ik heb ze wel op heel wat minders zien komen: de dood heeft vast iets stevigs in zich, dat flink met haar speelt, dat ze er steeds zo snel voor valt. |
| Antonius | Ze is veel sluwer dan een man kan denken. |
| Enobarbus | Nee, nee, vriend, haar hartstocht is één brok zuivere liefde. Haar winden en wateren kunnen wij geen zuchten en tranen noemen; ze zijn veel grotere stormen en orkanen dan almanakken van spreken. Dit is geen sluwheid van haar; |
| Antonius | Had ik haar maar nooit gezien. |
| Enobarbus | Maar, vriend, dan had u een schitterend kunstwerk gemist, wat u, zonder daarmee gezegend te zijn, tot een slecht toerist had gemaakt. |
| Antonius | Fulvia is dood. |
| Enobarbus | Wat? |
| Antonius | Fulvia is dood. |
| Enobarbus | Fulvia? |
| Antonius | Dood. |
| Enobarbus | Nou, geef de goden dan maar een dankoffer. Als het hunne godheden behaagt om een man zijn vrouw van hem te nemen, dan tonen zij zich daarmee als de kleermakers van de wereld; ze troosten met de gedachte, dat als oude kleren versleten zijn, er leden onder de mensheid zijn om nieuwe te maken. Als er geen vrouwen meer waren na Fulvia, dan had u inderdaad een flinke scheur in de broek, |